Maandag, 11 September 2006

Zomaar een Amersfoorter

Op een zonnige zomermiddag raak ik op een bankje in het plantsoen in gesprek met John. Dat is een gefingeerde naam, want in werkelijkheid heet hij Johan. John blijkt een rasechte Amersfoorter te zijn. Terwijl hij aan een van zijn tatoeages krabt, vertelt hij dat hij in het woonwagenkamp is geboren, enige maanden op de lagere technische school heeft doorgebracht, maar uiteindelijk via koppelbazen in de steigerbouw is beland, waar hij een handelaar in tweedehands auto's leerde kennen die hem met drugs in aanraking bracht, vooral heroïne en cocaïne. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts met hem. Zijn vijf kinderen mag hij niet meer zien en ook zijn karatelessen lijden eronder. Om van het bodybuilden maar te zwijgen. Hoewel niet in het bezit van een geldig rijbewijs slaapt hij meestal in zijn auto. Soms ook ernaast. De afgelopen twintig jaar is hij voornamelijk bezig geweest met afkicken, maar echt vlotten wil het eigenlijk nog niet. Toch is John positief ingesteld. Zijn huidige situatie boeit hem niet zo, want hij weet dat de wereld binnenkort ingrijpend zal worden gewijzigd. Dat is hem namelijk medegedeeld door buitenaardse wezens die regelmatig aan hem verschijnen in de vorm van kleine, groene ezeltjes met een zonnebril op. Aan de hand van enige bijbelcitaten toont hij overtuigend aan dat ook het koningshuis een belangrijke rol zal spelen in de komende gebeurtenissen, net als hij zelf. Maar het is hem verboden hierover in details te treden. Hij wijst op een oranje ballonnetje dat door de lucht zweeft, het is een teken. Het zal niet lang meer duren, zegt hij. Hij ziet de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Tevreden begint hij een klein Frans kaasje op te peuzelen.